In dit blog deelt Sophie de Geus – Meurs van Nourish to Flourish haar bevallingsverhaal van haar zoon Arthur.
Mijn (positieve) bevalverhaal van Arthur
“Een copy-paste van mijn vorige bevalling.” Dat was mijn grootste wens.
Spoiler: uiteindelijk werd het een versnelde versie van mijn eerste bevalling. Daar ben ik zó dankbaar voor. Alles ging goed, fantastisch zelfs. Fase na fase volgde zich op. Ik mocht Arthur zelf aanpakken en op mijn borst leggen. Precies zoals ik had gehoopt.
En toch…
Het duurde precies zes weken voordat ik de woorden kon vinden om dit verhaal op te schrijven.
Ik neem je mee in de weken vóór de bevalling. Want juist daar zit de reden waarom ik nog even stil bleef.

De start van mijn verlof
Eind maart, met 35 weken, ging ik met verlof. Er moest nog zoveel afgerond worden: adviezen schrijven, cliënten overdragen, administratie afronden. En dan hadden we de voorbereidingen voor de baby nog.
Fysiek voelde ik mij de hele zwangerschap al niet geweldig en in de laatste weken begon ook het overgeven weer.
Het was mooi geweest. Vanaf nu mocht de focus op rust.
Het aftellen
Rond de 37 weken was vrijwel alles klaar. Ik had rondom mijn praktijk moeilijke keuzes moeten maken, maar ze gaven me vooral veel rust. Ook voor de baby stond alles klaar.
Ik was er klaar voor.
Of misschien… ook wel een beetje klaar mee. 
Bij iedere afspraak vroeg ik de verloskundige of een tweede kindje misschien eerder zou komen. Ergens voelde ik al dat dat waarschijnlijk niet ging gebeuren, maar hopen deed ik toch.
Vanaf 38 weken begonnen de voorweeën. Soms zo heftig dat Tom besloot zijn verlof eerder in te laten gaan. Hij nam alles over. Echt alles.
En hoe dankbaar ik daar ook voor was… voor iemand die normaal nooit stilzit, voelde het soms alsof ik vanaf de bank alleen nog maar toekeek.
De uitgerekende datum
3 mei. Mijn uitgerekende datum.
Mijn lichaam ging met de dag verder achteruit. Mentaal probeerde ik mezelf op te peppen, maar de dagen werden lang.
Heel lang.
Van mijn bed naar de bank. En weer terug.
Ik zag Tom alles doen. Voor Dee, voor mij, voor ons gezin.
Dat klinkt misschien zielig, maar als je normaal zo actief bent, is dat best confronterend. 

De laatste loodjes…
Op 6 mei (40+3) schreef ik in mijn notities:
“12:00. Menstruatiekrampen. Ze komen en gaan. Zou dit het dan zijn? Ik probeer niet te veel te hopen, want de afgelopen weken heb ik dit al zó vaak gedacht.”
En toen…
Moederdag.
De ochtend waarop de verloskundige langs zou komen om mij eventueel te strippen.
Die ochtend genoot ik nog even van Dee. We lieten samen Bobby uit, dansten op haar favoriete Disneyliedjes en speelden alsof er niets aan de hand was.
Tot om 10:39 mijn telefoon ging.
“Ik ben er over twintig minuten!”
Rond 11 uur zaten we samen op de bank om het plan door te spreken. Hoe realistisch ik ook probeerde te blijven en hoe sterk ik ook voelde dat deze baby echt zou komen wanneer hij daar klaar voor was… ik kon er niet omheen dat mijn lichaam inmiddels al weken op was.
Lopen werd steeds moeilijker.
De vermoeidheid was enorm.
En mijn buik leek alleen maar verder te groeien.
We besloten die dag te strippen. Mocht dat niets doen, dan zouden we het twee dagen later opnieuw proberen. En als ook dat niets opleverde, zouden we een plan maken voor de dagen daarna.
Tom bracht Dee naar mijn ouders en boven bleek het eerste goede nieuws al snel: 2 centimeter ontsluiting.
Het strippen viel me uiteindelijk mee. Veel meer dan ik had verwacht.
Toen de verloskundige weer naar huis ging, kroop ik mijn bed in. Gordijnen dicht. Slapen.
Vrijwel direct voelde ik menstruatieachtige krampen. Sterker dan anders.
Maar ik durfde er nog niets van te denken. De afgelopen weken hadden me al zo vaak voor de gek gehouden.
Twee uur later werd ik wakker
De krampen waren er nog steeds.
Er leek zelfs een ritme in te zitten.
Tom verraste me ondertussen met een moederdaglunch. Wat een bijzondere lading kreeg die dag ineens, als je weet dat je misschien diezelfde week nóg een keer moeder wordt.
Ik keek een serie in bed, gebruikte wat clary sage en vroeg me af…
Zou het vandaag dan echt beginnen?

The real deal
Als je tot hier hebt gelezen… dan heb je net zoveel geduld gehad als wij met de komst van Arthur.
Dus: bedankt dat je er nog bent.
12 mei was de dag waarop ik opnieuw gestript zou worden. Inmiddels had ik ook mijn acupuncturist gevraagd of hij die ochtend nog een plekje had voor een wee-opwekkende behandeling. Dat had ik bij Rhodé ook gedaan en toen had het wonderen verricht. Baat het niet, dan schaadt het niet, dacht ik.
Die ochtend begon dus bij de acupunctuur en in de middag werd ik opnieuw gestript.
De uren ertussen leken eindeloos te duren.
Na de acupunctuur voelde ik iets wat ik moeilijk kan omschrijven. Alsof er een golf van energie door mijn lichaam naar beneden bewoog.
En na het strippen…
YES!
Dit herkende ik.
Dít waren weeën.
Jetzt geht los
Rond 18:30 begon ik te timen.
Elke zeven minuten een wee van ongeveer een minuut.
Niet veel later verloor ik mijn slijmprop. Bij Rhodé was dát het moment waarop alles begon.
Vol enthousiasme riep ik naar Tom:
“Het is begonnen!”
Die nacht sliep ik nauwelijks. Niet alleen door de weeën, maar ook door de spanning. Om twee uur ’s nachts verhuisde ik met mijn yogabal naar de woonkamer, waar ik twee uur lang rustig de weeën wegzuchtte.
Rond vier uur leek er nog steeds weinig te veranderen en besloot ik toch weer naar bed te gaan.
De rust zou ik nog hard nodig hebben.
De volgende ochtend bracht Tom Dee naar de opvang. De weeën bleven komen en gaan. Ik besloot ze niet meer te timen, omdat ik merkte dat het me vooral onrust gaf.
Pas aan het einde van de middag pakte ik de timer er weer bij.
Nog steeds…
Elke zeven tot tien minuten.
Steeds ongeveer een minuut.
De latente fase van Rhodé vond ik al lang.
Maar deze…
Die spande echt de kroon. 
Die avond zetten we alvast het bevalbad op.
We hadden alle tijd.
Zo lang kon het nu toch niet meer duren?
Om 20:30 maakte ik nog een foto van het lege bad. En van de kleine schoentjes van Dee.
Voor nu nog de enige kleine voetjes in huis.
Ook die nacht verliep precies hetzelfde.
Nauwelijks slapen
Weeën wegzuchten op de yogabal.
En opnieuw het gevoel dat er eigenlijk niets gebeurde.
Is dit de enige baby die voor altijd blijft zitten?
Met die gedachte werd ik wakker op donderdag 14 mei.
Zou deze baby ooit nog geboren worden?
Ik bleef uitgeput boven in bed liggen.
Tom belde mijn schoonouders zodat zij Dee konden ophalen. Iedereen dacht inmiddels al twee dagen dat de baby ieder moment zou komen.
Maar de weeën?
Die kwamen nog steeds iedere zeven tot tien minuten.
Niet sterker & niet sneller.
Die middag zou Esmee langskomen om de verschillende scenario’s met ons te bespreken.
Een eventuele inleiding stond eerlijk gezegd niet op mijn wensenlijstje. Met mijn lichte trauma rondom ziekenhuisopnames voelde een thuisbevalling voor mij veel veiliger.
Toch wist ik ook dat ik niet eindeloos door kon.
Rond 14:30 kwam Esmee binnen.
En wat ben ik dankbaar voor haar.
Bijna twee uur nam ze de tijd om samen met ons alles door te spreken, terwijl ik puffend op bed lag.
We bespraken de mogelijkheid om die nacht opgenomen te worden voor sedatie, zodat ik na twee slapeloze nachten eindelijk wat rust kon pakken.
We spraken over het breken van mijn vliezen, omdat ik inmiddels twee à drie centimeter ontsluiting had. Misschien zou dat nét het zetje zijn waardoor een thuisbevalling alsnog mogelijk zou worden.
En natuurlijk hadden we het ook over een eventuele inleiding.
Maar misschien nog wel belangrijker…
We hadden het over loslaten.
Over accepteren dat deze bevalling misschien anders zou verlopen dan ik had gehoopt.
Esmee zei iets wat ik nooit meer zal vergeten.
“Je kunt mentaal nog zo sterk zijn… maar als je fysiek zó uitgeput aan je bevalling begint, doet dat ook iets met de ervaring die je zo graag wilt hebben.”
Die woorden kwamen binnen.
Ze had gelijk.
Ik wist hoe sterk ik mentaal kon zijn.
Maar mijn lichaam was al weken op.
Ik had inmiddels twee nachten nauwelijks geslapen.
Hoe wilde ik zó de geboorte van mijn zoon beleven?
We maakten samen een plan.
Als de weeën die dag niet zouden doorzetten, zouden we de volgende ochtend mijn vliezen breken. Vanuit daar zouden we kijken of een thuisbevalling alsnog mogelijk was of dat we zouden doorverwijzen naar het ziekenhuis.
Dit voelde als een stip op de horizon, als een plan, als iets wat ik nu nodig had, als rust.

Bel de verloskundige maar!
Rond 16:30 vertrok Esmee weer.
Voor het eerst in dagen voelde ik rust.
Het voelde alsof ik mijn zwaarden had neergelegd. Alsof ik eindelijk stopte met vechten.
Ik legde mijn telefoon weg & stopte met timen.
Niet veel later kwam mijn moeder langs.
Ze ging naast mijn bed zitten, pakte mijn hand vast en zei:
“Je hebt hier goed aan gedaan. Je mag het loslaten.”
Na ongeveer een half uur (17:00) zei mijn moeder: “Soof geef mij je telefoon eens?”
“Nee,” antwoordde ik. “Het gaat al dagen zo. Ik wil er niet meer mee bezig zijn.”
Maar ze hield vol.
“Nee, ik zie echt dat ze sneller komen. Jij zegt alleen wanneer een wee begint en stopt. Ik houd de tijd wel bij.”
Twintig minuten later riep ze naar beneden:
“Tom… bel de verloskundige maar!”
Eindelijk wat verlichting
Op donderdag 14 mei rond 17:00 kwamen de weeën ineens iedere drie à vier minuten.
Binnen een half uur nadat Esmee was vertrokken, was alles veranderd.
Ik kon bijna niet geloven dat we opeens op dit punt waren beland.
Ik bleef in bed tot ik rond 18:15 een intense druk voelde.
“Jeetje… dit gaat ineens veel sneller dan ik had gedacht.”
En het beangstigde mij een klein beetje.
Tom had het bevalbad inmiddels gevuld, Esmee was onderweg en zou rond 18:30 bij ons zijn.
De druk nam per wee toe en ik voelde aan alles: “ik moet nu het bad in!”
Mijn moeder hielp mij naar beneden, legde samen met Tom alle spullen klaar, Tom zette een fijne playlist op, de diffuser aan en eenmaal in bad:
“Ahhh eindelijk wat verlichting!”
Een perenijsje
Vlak voordat Esmee binnenkwam, zat ik rustig in bad.
Toen ze arriveerde, had ik zelfs weer praatjes tussen de weeën door. Niet veel later kwam ook Diana, mijn kraamverzorgster, binnen. We maakten nog grapjes en deden een laatste gok naar het geboortegewicht.
Nu de weeën tussen de pieken door wat meer ruimte gaven, vroeg ik mijn moeder om een perenijsje. Ik had de hele dag nauwelijks gegeten en iets kouds met een beetje suiker leek me heerlijk.
Daar zat ik dan. Dolgelukkig met een perenijsje, alsof ik weer een klein kind was. Dat ijsje heeft precies twee likjes en drie happen overleefd.
Want…
Holy moly, wat ging dit opeens snel!
Om 18:50 was het ineens écht aan.
Geheel in mijzelf en weer zeer comfortabel met de Spaanse waaier die ik had meegenomen van mijn vorige bevalling (tip voor alle aanstaande mama’s!) ademde ik alle weeën weg.
Wat mij opviel ten opzichte van mijn vorige badbevalling is dat ik in nog meer rust de weeën kon wegademen. Ook geluid maken (lage lange tonen) hielp mij echt enorm!
Toen…
PATS!
Om 19:34, precies 53 minuten nadat Esmee was binnengekomen, braken mijn vliezen in bad.
Alles zag er goed uit: helder vruchtwater. Geen meconium. We konden gewoon door!
“Ik durf het niet…”
Rond 20:10 voelde ik mijn lichaam veranderen. Ik ging van de actieve fase naar de persfase. De persweeën waren begonnen.
En precies zoals bij Rhodé hoorde ik mezelf zeggen:
“Ik wil dit niet…”
“Ik ben misselijk…”
“Ik voel me zó oncomfortabel…”
Niet veel later moest ik overgeven.
Ook dat was een herkenbaar moment van mijn eerste bevalling. Alleen had ik deze keer bijna niets gegeten, dus geloof me… overgeven tijdens een perswee met een lege maag is allesbehalve relaxt. 😂
In alle rust probeerde ik tussen de persweeën op adem te komen en dat lukte mij goed, ik kon de rust (ondanks de lichte paniek in mijn hoofd) bewaken.
De weeën werden krachtiger, maar door onzekerheid durfde ik nog niet mee te persen.
Om 20:21 zei ik hardop:
“Ik durf het niet… ik durf het niet… ik durf het allemaal niet.”
Voor het eerst tijdens de bevalling vroeg ik Esmee om mijn ontsluiting te checken en even naar het hartje van de baby te luisteren.
Diep van binnen wist ik dat het goed zat, maar het meten geeft mij meer vertrouwen.
Een paar minuten later keek Esmee me aan en zei:
“Je mag gaan geloven dat je het kan.”
Deze woorden maken een shift. Alsof er een knop omging.
Vanaf dat moment gaf ik me volledig over aan mijn lichaam.
Ik begin met mee persen.
In alle rust, stilte, zelfvertrouwen en een beetje paniek (thanks to het geboorteteam voor de support, maar echt!) pak ik om 20:35 Arthur zelf aan, leg ik hem zelf op mijn borst en zijn wij niet langer ouders van één, maar van twee prachtige kinderen. 🥹
Tom keek me aan, nog voordat we überhaupt hadden gekeken wat het was, en zei vol overtuiging:
“Dit is honderd procent een jongetje.”
Ik moest lachen.
Een paar minuten later keken we samen.
“Ja… het is een jongetje!”
“Ik voelde het gewoon!”
“Wat bijzonder… een broertje voor Rhodé.”
Op de achtergrond hoorde ik mijn moeder zeggen:
“Lieverd… je hebt het zó goed gedaan. Wat ben ik trots op je.”
Pas achteraf besefte ik hoeveel dat met me deed.
Mijn moeder was erbij.
Een van de mooiste momenten uit mijn leven mocht ik delen met de mensen van wie ik het allermeest houd.
Wat een cadeau.
Wat ben ik dankbaar dat ik dat voor altijd met me mee mag dragen.

De nageboorte
Toen we eenmaal een beetje geland waren, nam ik Arthur mee naar de bank. Daar wilden we de placenta geboren laten worden.
Waar dat bij Rhodé nog best een uitdaging was en uiteindelijk 37 minuten duurde, kwamen de naweeën dit keer al snel op gang. Voor we het wisten was ook de placenta geboren.
Toen pas konden we Arthur écht goed bekijken.
De grapjes over zijn geboortegewicht bleken er compleet naast te zitten. Volgens twee groeiecho’s zou hij niet zo groot zijn, maar daar lag een prachtige jongen van maar liefst 4360 gram.
Een echte beer!
Hoe toepasselijk, want Arthur betekent beer in het Keltisch. 🐻
Ik zette me alvast schrap voor de hechtingen. Misschien vond ik die bij mijn eerste bevalling nog wel vervelender dan de bevalling zelf. 😂
Maar ook nu kreeg ik goed nieuws.
Gewoon een jongen van ruim negen pond op de wereld gezet; ZONDER kleerscheuren! Haha!
En wat was ik trots.
Trots op mezelf.
Trots op Tom.
Trots op mijn moeder.
Trots op ons gezin.
We hadden het gewoon weer gedaan. 🩵
De actieve bevalling duurde uiteindelijk maar ongeveer tweeënhalf tot drie uur.
Over de latente fase…
Daar zullen we het maar niet meer over hebben. 😂
Zes weken later…
Terwijl ik dit opschrijf, probeer ik te voelen waarom ik pas nu de woorden heb.
Waarom ik zes weken nodig had om dit verhaal te delen.
Want de bevalling was precies zoals ik had gehoopt. “Een copy-paste van mijn vorige bevalling.”
Misschien zelfs nog mooier. Met meer rust, meer vertrouwen & meer overgave.
En toch moest ik landen.
Landen na weken van fysiek ongemak, na dagen van uitputting & na een zwangerschap die veel van mij had gevraagd.
Want hoewel de bevalling prachtig was, betekende dat niet automatisch dat de weg ernaartoe ook mooi was.
Ik moest het een plek geven dat ik de laatste weken voor zijn komst niet meer heb kunnen genieten van het samen zijn van ons als gezin van 3, van dat ik alleen maar bezig was met “de geboorte”, die als een verlossing zou voelen.
Stop met vergelijken
Tijdens één van onze gesprekken zei Esmee iets wat ik iedere moeder zou willen meegeven.
“Stop met vergelijken.”
Die woorden zijn blijven hangen.
Want onbewust had ik tijdens deze zwangerschap, richting de bevalling én zelfs tijdens de kraamperiode zo vaak gedacht:
“Maar bij Rhodé ging het zo…”
“Vorige keer voelde ik dit…”
“De vorige bevalling verliep zo…”
En zonder dat ik het doorhad, leefde ik daardoor steeds meer vanuit het verleden dan vanuit het moment waarin ik zat.
Pas toen ik daarop gewezen werd, kon ik loslaten en volledig omarmen hoe deze zwangerschap en deze geboorte zich wilden ontvouwen.
Dus lieve mama, lees jij dit en leef jij (net als ik) ook in een (onbewust) hoofd vol verwachtingen & vergelijkingen? Ga dan met open ogen kijken naar jouw kindje, naar jouw zwangerschap, naar deze geboorte. Het zal allemaal veel zachter voelen 🤍
11 tips voor een ontspannen geboorte ontvangen?
We delen graag de 11 meest waardevolle 'geheimen' met je om een zachte geboorte te ervaren, zoals spiraling, een open mond, geluid maken en vertrouwen.
Ja, ik ontvang gratis de 11 tips